Aat van Nie  -  leven en werken

Aat start tijdens haar laatste jaar op het tekeninstituut al met lesgeven op een huishoudschool in Aalsmeer. Vanaf 1951 gaat ze ook op meisjesscholen in Hoofddorp en in Lisse les geven. De daar opgedane ervaring zorgt dat ze een jaar later John kan opvolgen in Vaals. Zijn baan van negen uur combineert ze met twaalf uur tekenles aan een MMS in Maastricht.

In het schooljaar '51/52 voelt ze zich wreed gescheiden van John. Hij geeft in Hulst en in Vaals les, bij elkaar een 'volledige betrekking' zoals dat dan heet. In Hulst woont John in hotel De Kerstklok; op donderdag reist hij met bus, boot en trein tot Maastricht; daar verder per bus naar Vaals. Van twee tot zeven (met theepauze) geeft hij dan drie uur les. Op vrijdag nog zes uur. Hij eet en slaapt in een nonnenklooster daar dichtbij. Daarna reist hij terug naar Hulst.
Af en toe komt John van zaterdagavond tot maandagochtend naar Aat in Amsterdam. Op 1 augustus 1953 trouwt Aat met John waarna ze een kleine flat in Roosendaal betrekken. Al snel komen er kinderen.

Nadat in 1957 drie van de vijf kinderen zijn geboren kunnen John en Aat in Voorburg bij het net opgerichte Sint-Maartenscollege gaan werken.

Het gezin verhuist naar een flat aan de Monseigneur van Steelaan waar nog twee kinderen worden geboren.

 

Aat beperkt zich na haar studie in eerste instantie tot het registreren in tekening met inkt en aquarel. Zo registreert ze de kermisopbouw en -afbraak in Roosendaal. De eerste jaren van haar huwelijk zullen vooral in het teken van (het krijgen van) kinderen staan. In Voorburg maakt Aat een aantal portretten van haar kinderen, wat resulteert in portretopdrachten.
Een enkele keer maakt ze een uitstap naar een andere techniek. In chamotteklei maakt ze enkele portretten van John en haar kinderen.
In 1972 maakt ze een portret van haar stervende moeder in grove bruine geglazuurde chamotteklei. Ook maakt ze in klei een model voor een monumentaal werk.

Zo gauw Aat en John met enige regelmaat afreizen naar Italië legt ze met grote geestdrift de verschillende landschappen in Italië vast. De ene keer boerenschuren en landhuizen, de andere keer weidse vergezichten over heuvels en eindeloos lijkende boomgaarden en wijnranken.
Ook vangt ze graag stadsgezichten en kleine dorpse taferelen, zoals het uitzicht vanaf een balkon of een gevulde bloembak op een verder leeg dorpsplein.

Regelmatig werkt ze aan grote uitgewerkte bloempartijen en stillevens.
In een van haar laatste gedichten noemt Aat haar stilleven met schaap en haasschedel haar liefste schilderij. De kinderen gebruiken dit gedicht na haar dood in hun dankbetuiging.